ECLI:NL:CRVB:2005:AT8374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor schulden ziekenhuisopname en ambulancevervoer
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de betaling van schulden die waren ontstaan door onverzekerde ziekenhuisopnames, ambulancevervoer en medisch onderzoek in september 2001. Deze aanvraag werd door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage afgewezen op grond van artikel 15 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw), dat bijstand voor schulden weigert indien de aanvrager voldoende middelen heeft om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Raad overweegt dat appellant ten tijde van het ontstaan van de schulden geen uitkering ontving maar daarna wel algemene bijstand heeft ontvangen, waardoor artikel 15 Abw Pro van toepassing is. Ook was er geen sprake van zeer dringende redenen die afwijking van dit artikel zouden rechtvaardigen.
Verder heeft appellant inmiddels betalingsregelingen getroffen met schuldeisers en beschermt de beslagvrije voet volgens de wet de noodzakelijke bestaanskosten. De Raad ziet daarom geen grond om bijzondere bijstand toe te kennen en bevestigt de eerdere afwijzing. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand voor de schulden wegens ziekenhuisopname en ambulancevervoer.