ECLI:NL:CRVB:2005:AT8031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsaanvraag geen besluit, bezwaar niet-ontvankelijk verklaard
Appellant had een bijstandsuitkering die werd beëindigd wegens het niet tijdig verstrekken van inlichtingen. Op 21 januari 2002 diende hij een nieuwe aanvraag in, waarop hij een overbruggingsuitkering en voorschotten ontving. Na een onderzoek door de sociale recherche werd vastgesteld dat appellant de aanvraag had ingetrokken, hetgeen hij ook tijdens een verhoor bevestigde.
Gedaagde bevestigde de intrekking van de aanvraag en besloot tot terugvordering van de uitkeringen. Appellant maakte bezwaar tegen de bevestiging van de intrekking, maar dit bezwaar werd door het bestuursorgaan niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank vernietigde deze niet-ontvankelijkverklaring, maar verklaarde het beroep verder ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de bevestiging van de intrekking als een besluit moest worden aangemerkt en dat hij onder druk had verklaard de aanvraag in te trekken. De Raad oordeelde echter dat de bevestiging van de intrekking geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en dus geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. Het hoger beroep was daarmee ongegrond voor zover het gericht was tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de bevestiging van de intrekking.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de bevestiging van de intrekking van de bijstandsaanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.