ECLI:NL:CRVB:2005:AT8027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden en inkomsten
Appellant verrichtte tussen 1994 en 1995 freelance werkzaamheden voor Engelse ondernemingen en ontving vanaf oktober 1995 een bijstandsuitkering. Na een fraudemelding onderzocht de sociale recherche de rechtmatigheid van de uitkering en concludeerde dat appellant tussen mei 1996 en september 1997 werkzaamheden verrichtte en inkomsten ontving die niet waren gemeld.
Appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de motivering van het besluit voldoende achtte en dat niet was bewezen dat hij werkzaamheden had verricht. Hij stelde dat de bewijslast onredelijk op hem werd gelegd en dat de documenten afkomstig waren van een frauderende werkgever.
De Raad oordeelde dat de motivering van het besluit toereikend was en dat de stukken en verklaringen voldoende bewijs boden voor de werkzaamheden en inkomsten. De Raad stelde vast dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden en dat de herziening en terugvordering van de bijstand terecht waren. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 30 september 2003 bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand blijft in stand.