ECLI:NL:CRVB:2005:AT8022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten aanvraag bijzondere bijstand wegens onvolledige gegevens
Appellant diende op 9 oktober 2002 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor reiskosten naar Engeland in verband met een medisch consult. Gedaagde verzocht appellant om aanvullende gegevens, waaronder een schriftelijke verklaring van de behandelend arts op officieel briefpapier met vermelding van het doel van het bezoek. Appellant verstrekte deze gegevens niet binnen de gestelde termijn.
Op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) stelde gedaagde de aanvraag buiten behandeling wegens onvoldoende gegevens. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad oordeelde dat gedaagde bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te laten en dat appellant redelijkerwijs over de gevraagde gegevens kon beschikken. Er was geen sprake van strijd met het vertrouwensbeginsel. De eerdere acceptatie van stukken bij andere aanvragen deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand wordt buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens.