ECLI:NL:CRVB:2005:AT7708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ontheffing arbeidsverplichting op grond van medische adviezen
Appellant had aanvankelijk een tijdelijke ontheffing van de arbeidsverplichting op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) gekregen. Na een heronderzoek heeft het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen besloten deze ontheffing in te trekken, omdat op basis van medische adviezen van de GGD Oostelijk Zuid-Limburg appellant arbeidsgeschikt werd geacht met enige beperkingen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing eveneens ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het College het besluit terecht baseerde op de medische adviezen die als deugdelijk worden beschouwd.
De Raad constateert dat appellant geen objectieve medische gegevens heeft overgelegd en niet onder medische behandeling stond tijdens de relevante periode. Ook ziet de Raad geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige. De proceskosten worden niet toegewezen. De uitspraak bevestigt daarmee de intrekking van de ontheffing en de toepassing van de arbeidsverplichtingen uit artikel 113 van Pro de Abw.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de ontheffing van arbeidsverplichtingen op grond van medische adviezen.