ECLI:NL:CRVB:2005:AT7536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering WW-uitkering wegens werknemerschap in plaats van startende zelfstandige
Appellant had een WW-uitkering toegekend gekregen van 19 november 2001 tot 1 augustus 2002. De rechtbank had geoordeeld dat deze uitkering per 1 februari 2002 terecht werd beëindigd omdat appellant vanaf die datum volledig als werknemer werkzaam was en niet als startende zelfstandige viel onder de speciale regeling van het Tijdelijk besluit inkomstenkorting startende zelfstandigen WW.
Daarnaast was de rechtbank van oordeel dat de over de periode van 1 februari 2002 tot 1 augustus 2002 betaalde WW-uitkering van € 8.960,-- onverschuldigd was en daarom terecht werd teruggevorderd. Appellant voerde in hoger beroep geen nieuwe feiten of gronden aan die tot een ander oordeel konden leiden.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en bevestigt de uitspraken. De Raad stelt vast dat appellant vanaf 1 februari 2002 als werknemer fulltime werkzaam was, mede gelet op de statuten van de door appellant en LOBO B.V. opgerichte besloten vennootschap. Daarmee verviel het recht op WW-uitkering vanaf die datum.
De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigt de beëindiging van de uitkering en de terugvordering van het onverschuldigde bedrag.
Uitkomst: De WW-uitkering is terecht beëindigd per 1 februari 2002 en het onverschuldigde bedrag van € 8.960,-- is terecht teruggevorderd.