ECLI:NL:CRVB:2005:AT7519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens niet gemelde zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving vanaf 1 oktober 1997 een WW-uitkering. Na een opsporingsonderzoek stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) vast dat appellant van 2 maart 1998 tot 1 december 1999 gedurende 15 uur per week werkzaamheden als zelfstandige verrichtte zonder dit te melden op zijn werkbriefjes. Hierdoor werd onverschuldigd WW-uitkering betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad vond de verklaring van appellant aan opsporingsambtenaren, de verklaringen van contactpersonen bij bedrijven en de zelfstandigenaftrekclaim bij de belastingdienst voldoende bewijs voor de zelfstandige werkzaamheden.
Appellant voerde aan dat hij slechts informatieve contacten had en dat zijn verklaringen niet correct waren weergegeven, maar slaagde hier niet in. Ook de claim dat het terugvorderingsbedrag lager moest zijn, werd verworpen omdat appellant geen inzicht gaf in de door hem genoemde bedragen.
De Raad oordeelde dat het recht op uitkering voor 15 uur per week was geëindigd en dat het bestreden besluit terecht was genomen. De terugvordering van €17.604,57 werd bevestigd. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt met terugwerkende kracht beëindigd en het teveel betaalde bedrag van €17.604,57 wordt teruggevorderd.