ECLI:NL:CRVB:2005:AT7496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na lichtvaardige overstap dienstverband
Appellante nam ontslag uit een dienstverband voor onbepaalde tijd en trad vervolgens in dienst bij een andere werkgever op basis van een contract voor bepaalde tijd met een proeftijd. Kort na aanvang werd dit contract gewijzigd in een korter contract zonder garantie op verlenging, waarna appellante werkloos werd en een WW-uitkering aanvroeg.
De uitkeringsinstantie weigerde de WW-uitkering blijvend omdat appellante volgens hen verwijtbaar werkloos was geworden door het nemen van een voorzienbaar werkloosheidsrisico bij de overstap. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat de keuze van appellante om haar vaste dienstverband te beëindigen en over te stappen naar een tijdelijk contract zodanig lichtvaardig was dat dit haar kan worden verweten. Er waren geen zwaarwegende beweegredenen of een aantoonbare positieverbetering. De Raad concludeerde dat appellante het risico van werkloosheid bewust heeft vergroot en dat de weigering van de WW-uitkering terecht is.
Uitkomst: De blijvende volledige weigering van de WW-uitkering wordt bevestigd wegens verwijtbare werkloosheid door lichtvaardige overstap.