ECLI:NL:CRVB:2005:AT7494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Onterecht geweigerde WW-uitkering wegens loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid
Appellante was van 1998 tot 2001 in dienst als office-manager en haar arbeidsovereenkomst werd ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Zij vroeg een WW-uitkering aan, maar deze werd geweigerd over de periode van 2 augustus tot 1 oktober 2001 omdat zij geacht werd loon te ontvangen over de opzegtermijn. Appellante stelde dat zij door langdurige arbeidsongeschiktheid geen recht had op loonbetaling over die periode.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat appellante na zwangerschapsverlof arbeidsongeschikt bleef en dat haar werkgever het loon doorbetaalde tot 31 juli 2001. Er was echter geen bewijs dat zij na 1 augustus 2001 nog arbeidsongeschikt was verklaard, noch dat zij zich beschikbaar stelde voor werk.
De Raad concludeerde dat appellante geen recht had op loonbetaling over de opzegtermijn omdat zij zich niet beschikbaar stelde en zichzelf arbeidsongeschikt achtte. Daarom kon de vergoeding die zij ontving niet als loon worden gelijkgesteld. Het besluit tot weigering van de WW-uitkering werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor een nieuw besluit. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.