ECLI:NL:CRVB:2005:AT7262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens ongeschiktheid na langdurig disfunctioneren
Appellant was sinds 1974 in dienst bij de gemeente Zwijndrecht en werd na een reorganisatie in 1992 senior administratief medewerker. In 1999 verleende de gemeente hem eervol ontslag wegens ongeschiktheid op grond van artikel 8:6 van Pro de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond, stellende dat appellant langdurig onder de maat presteerde en geen medische onderbouwing had voor zijn klachten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onjuiste conclusies had getrokken, maar de Raad onderschreef de eerdere overwegingen en concludeerde dat het functioneren van appellant over een lange periode onvoldoende was. Beoordelingen uit 1996, 1997 en 1999 toonden structurele tekortkomingen, zoals te laat komen en nalatigheid bij het aanmelden van cliënten.
De Raad verwierp de stelling dat appellant het slachtoffer was van de reorganisatie of onterecht was ontslagen. Ook vond de Raad geen aanleiding om getuigen te horen of schadevergoeding toe te kennen. Het besluit tot eervol ontslag werd bevestigd, waarbij werd benadrukt dat de gemeente voldoende inspanningen had geleverd om verbetering te bewerkstelligen.
Uitkomst: Het eervol ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.