ECLI:NL:CRVB:2005:AT7173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- H.G. Rottier
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim en belangenverstrengeling bij RDW
Appellant was sinds 1991 werkzaam als technisch medewerker bij de RDW en verrichtte voertuigkeuringen. In 2001 werd hij door de FIOD verhoord in een onderzoek naar het aannemen van steekpenningen. Uit het FIOD-rapport bleek dat appellant meerdere voertuigen niet daadwerkelijk had gekeurd, maar toch keuringskaarten had opgemaakt.
De RDW legde appellant op 19 december 2001 ontslag op wegens plichtsverzuim, waaronder het aannemen van giften en het niet hanteren van de vastgestelde keuringsnormen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel en verwierp de stelling dat het FIOD-rapport niet als bewijs mocht dienen.
De Raad stelde vast dat appellant zonder toestemming keuringen verrichtte en dat hij zich door de verwerving van een auto op een wijze had gedragen die belangenverstrengeling en misbruik van zijn positie inhield. Ook de argumenten van appellant over het verbeteren van het imago van de RDW en vermeende druk werden niet aanvaard. Het ontslag werd als een passende en niet onevenredige disciplinaire straf beoordeeld.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim en belangenverstrengeling wordt bevestigd.