ECLI:NL:CRVB:2005:AT6441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en verlaging boete
Appellant ontving sinds 1989 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van een onderzoek naar zijn woonsituatie is vastgesteld dat hij vanaf 23 januari 2001 niet meer daadwerkelijk woonachtig was op het opgegeven adres en dat zijn verblijfplaats onduidelijk was. Hierdoor heeft appellant de inlichtingenverplichting uit artikel 65 Abw Pro geschonden.
Gedaagde trok de bijstandsuitkering over de periode 23 januari 2001 tot en met 30 september 2001 in en vorderde de kosten terug. Tevens werd een boete van €495 opgelegd. De rechtbank stelde in eerdere uitspraken de hoogte van de terugvordering en boete bij, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Raad bevestigt dat appellant onjuiste informatie heeft verstrekt en dat de intrekking en terugvordering terecht zijn. De boete wordt verlaagd naar €56 op grond van de Afstemmingsverordening WWB die een lagere sanctie voorschrijft. De Raad veroordeelt gedaagde tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd en de boete wordt verlaagd naar €56.