ECLI:NL:CRVB:2005:AT6387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht en premieplicht voor kuikenvangers in privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellant en zijn echtgenote exploiteerden een bedrijf dat zich richtte op het vangen en vervoeren van slachtkuikens. Na een boekenonderzoek en looncontrole stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vast dat appellant gebruik maakte van zelfstandigen die niet in de loonadministratie waren opgenomen. Correctienota’s werden opgelegd voor de jaren 1996 en 1998 tot en met 2003, welke door appellant werden bestreden.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van burenhulp en dat de kuikenvangers in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden tot appellant. In hoger beroep stelde appellant dat de correctienota’s aan de maatschap en niet aan hem persoonlijk hadden moeten worden opgelegd en voerde aan dat de kuikenvangers slechts een marginale arbeidsrelatie hadden zonder gezagsverhouding.
De Raad overwoog dat de tenaamstelling aan appellant geen nadeel opleverde en bevestigde dat de drie voorwaarden voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking (gezagsverhouding, persoonlijke arbeidsverplichting en loonbetaling) waren vervuld. De Raad concludeerde dat de kuikenvangers premieplichtig waren en dat appellant als werkgever de premies moest voldoen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant premieplichtig is omdat de kuikenvangers in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden.