ECLI:NL:CRVB:2005:AT6300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste uitvoering terugvordering bijstandsuitkering na vernietiging besluit
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam tot beëindiging, herziening en terugvordering van bijstandsuitkeringen. De rechtbank had eerder het besluit vernietigd en bepaald dat een nieuw besluit op bezwaar moest worden genomen. De voorzieningenrechter van de Raad bevestigde dit en bepaalde dat de terugvordering over de periode van 13 november 1993 tot en met 31 mei 1998 opnieuw vastgesteld moest worden.
In het nieuwe besluit van 3 september 2002 stelde het College de terugvordering vast op €43.422,72 en zag af van terugvordering over de periode 1 tot 12 november 1993. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde aan dat het College niet correct had gehandeld, maar de Raad oordeelde dat het College gerechtigd was tot volledige terugvordering omdat appellant tekort was geschoten in zijn inlichtingenplicht en niet aannemelijk was dat bijstand anders zou zijn verstrekt.
De Raad bevestigde dat het College niet verplicht was te onderzoeken of appellant in de periode bijstandsbehoevend was geweest, en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het College terecht de terugvordering van bijstandskosten heeft vastgesteld en wijst het hoger beroep af.