ECLI:NL:CRVB:2005:AT6298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstandsuitkering marktkoopvrouw wegens fictieve inkomsten
De zaak betreft een hoger beroep van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Noorder-Koggenland tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar over de terugvordering van bijstandsuitkering van een voormalige marktkoopvrouw. Gedaagde was na overdracht van haar handel aan haar zoon werkzaam in diens marktkraam, terwijl zij bijstand ontving. Een opsporingsonderzoek leidde tot het besluit de bijstand te beëindigen en terugvordering van een bedrag gebaseerd op fictieve inkomsten.
De Raad oordeelt dat de berekening van de fictieve inkomsten, met name het aantal marktdagen in Medemblik, niet overeenkomt met de verklaringen van de marktmeester en dat het uitgangspunt van 80% aanwezigheid niet op alle markten is toegepast. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het gehanteerde bedrag van ƒ 50 per marktdag onvoldoende was onderbouwd, maar de Raad acht dit bedrag redelijk gezien de aard van de werkzaamheden en het minimumloon.
De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en draagt appellant op een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde en legt griffierecht op.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit en draagt appellant op een nieuw besluit op bezwaar te nemen met correcte berekening van fictieve inkomsten.