ECLI:NL:CRVB:2005:AT6011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand en schending hoorplicht volgens artikel 7:2 Awb
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor vervanging van vloerbedekking, een koelkast, beddengoed, een garderobekast en verf. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen kende een bedrag van €650 toe. Appellante stelde dat zij onvoldoende was gehoord en dat de toegekende bijzondere bijstand ontoereikend was.
De rechtbank oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om gehoord te worden, ook via haar gemachtigde, en dat de ziekte van een secretaresse voor rekening van de gemachtigde kwam. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat appellante niet mondeling kon communiceren. De rechtbank vond de toegekende bijzondere bijstand passend en onderbouwd.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en voegde toe dat het bestuursorgaan bevoegd is richtprijzen aan te houden en dat appellante de noodzaak van hogere kosten niet had aangetoond. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd verworpen. Er werd ook geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toegekende bijzondere bijstand wordt bevestigd.