ECLI:NL:CRVB:2005:AT5895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen op grond van de WW
Appellant, sinds 1997 woonachtig in Nederland, ontving vanaf 1 januari 2002 een WW-uitkering. De uitvoeringsinstantie stelde bij besluiten van 11 april 2002 vast dat appellant onvoldoende sollicitatieactiviteiten had verricht en legde daarom een maatregel op in de vorm van een korting op zijn uitkering. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn taalproblemen hem feitelijk onbemiddelbaar maakten, waardoor hij niet zelfstandig kon solliciteren.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de taalproblemen appellant niet ontsloegen van zijn sollicitatieplicht. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De Raad stelt vast dat appellant in de relevante perioden geen concrete sollicitaties heeft verricht en dat het bezoeken van uitzendbureaus waar hij zich al had aangemeld, niet als voldoende sollicitatieactiviteit kan worden beschouwd.
De Raad acht de verwijtbaarheid van appellant gegeven, ondanks zijn taalproblemen, en ziet geen reden om de maatregel te vernietigen. De beslissing tot korting op de WW-uitkering wordt gehandhaafd. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 20 april 2005 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De maatregel van korting op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt bevestigd.