ECLI:NL:CRVB:2005:AT5532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering die met ingang van 1 december 1996 werd toegekend op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Gedaagde trok het recht op uitkering over de periode van 1 augustus 1996 tot en met 31 oktober 1997 in vanwege het verrichten van werkzaamheden zonder melding en het niet melden van een nalatenschap.
De rechtbank had eerder het besluit deels vernietigd en bepaalde dat de intrekking en terugvordering over bepaalde perioden terecht waren, maar ook dat over andere perioden het besluit onjuist was. Zowel appellanten als gedaagde gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het eerdere oordeel over de schending van de inlichtingenplicht en de gevolgen daarvan gezag van gewijsde heeft gekregen. In het onderhavige hoger beroep wordt alleen beoordeeld of het nieuwe besluit van 3 september 2002 de juiste wettelijke bepalingen toepast en of het terugvorderingsbedrag correct is vastgesteld.
De Raad constateert dat het terugvorderingsbedrag niet is bestreden en dat de juiste wettelijke bepalingen zijn toegepast. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht.