ECLI:NL:CRVB:2005:AT5413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten verontreinigingsheffing oppervlaktewateren
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht die het besluit van 7 november 2000 bevestigde, waarbij bijzondere bijstand voor de aanslag verontreinigingsheffing oppervlaktewateren werd afgewezen. De rechtbank had het besluit vernietigd wegens een onjuiste grondslag, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten op grond van artikel 17 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw).
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant deels kwijtschelding heeft ontvangen voor de aanslag, waardoor voor dat deel geen bijzondere bijstand mogelijk is. Voor het resterende deel van de aanslag geldt dat deze kosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die appellant uit zijn reguliere inkomen moet voldoen. De door appellant aangevoerde bijzondere omstandigheden zijn onvoldoende om bijzondere bijstand toe te kennen.
De Raad merkt op dat de rechtbank een kennelijke misslag beging door niet de gehele of gedeeltelijke vernietiging van het besluit te verbinden aan de gegrondverklaring, maar dit heeft geen gevolgen voor de uitkomst. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de aanslag verontreinigingsheffing wordt bevestigd.