ECLI:NL:CRVB:2005:AT5166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde arbeidsinkomsten
Appellant ontving in 1997 een bijstandsuitkering die later werd herzien en teruggevorderd door het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam, omdat appellant volgens hen inkomsten uit arbeid niet had gemeld. Deze inkomsten zouden zijn betaald door een beveiligingsbedrijf, waarvan loonbetalingen over loonperioden 6 en 9 van 1997 op een rekening van een voormalige zakenpartner van appellant waren gestort.
De Raad onderschrijft dat appellant inkomsten uit arbeid heeft ontvangen en niet volledig heeft opgegeven, mede gezien zijn vakdiploma en erkenning van werkzaamheden. Echter, de Raad constateert dat niet is vastgesteld over welke exacte weken of maanden de loonperioden 6 en 9 liepen, waardoor niet kan worden bepaald over welke periode de herziening en terugvordering terecht zijn.
Daarom vernietigt de Raad het besluit en beveelt dat het College binnen zes weken een nieuw besluit neemt waarin alleen over de juiste kalendermaanden wordt herzien en teruggevorderd. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de juiste loonperioden.