ECLI:NL:CRVB:2005:AT4903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos gedrag na ontbinding arbeidsovereenkomst
Appellant, werkzaam als orderverzamelaar sinds 1998, kreeg zijn arbeidsovereenkomst ontbonden wegens herhaaldelijk te laat komen, niet voldoen aan productienormen en het niet naleven van ziek- en hersteldmeldingsprocedures. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsverhouding ernstig en onherstelbaar was verstoord en kende een billijke vergoeding toe.
Appellant vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) geheel werd geweigerd omdat appellant zich zo had gedragen dat hij behoorde te weten dat ontslag zou volgen. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep verklaarden het beroep ongegrond, waarbij werd benadrukt dat appellant ondanks waarschuwingen zijn gedrag niet had aangepast en geen poging had gedaan om problemen met de werkgever te bespreken.
De Raad oordeelde dat de werkgever weliswaar meer begrip had kunnen tonen, maar dat dit niet wegneemt dat appellant verwijtbaar werkloos is. De weigering van de WW-uitkering werd daarom bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de volledige weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos gedrag.