ECLI:NL:CRVB:2005:AT4543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving vanaf 7 april 1997 een bijstandsuitkering voor een alleenstaande ouder. Naar aanleiding van informatie dat zij samenwoonde met appellant, voerde de gemeente Tilburg een onderzoek uit. Uit het rapport van 24 mei 2002 bleek dat appellanten van 1 augustus 2000 tot 18 januari 2002 een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde.
De gemeente trok de bijstand over deze periode in en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug van appellante en appellant. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat het hoofdverblijf van appellant in dezelfde woning als appellante lag, ondanks diens stelling dat hij op de Nederlandse Antillen woonde en slechts tijdelijk in Nederland verbleef.
De Raad acht het gebruik van verklaringen uit een strafrechtelijk onderzoek als toelaatbaar voor de bestuursrechtelijke beoordeling en wijst erop dat de vrijspraak in strafrechtelijke zin niet bindend is voor de bestuursrechter. De Raad concludeert dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat de gemeente terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd. Subsidiair betoog over recht op gezinsbijstand wordt verworpen wegens voldoende middelen van appellanten om in het levensonderhoud te voorzien.
Er zijn geen dringende redenen voor het afzien van intrekking of terugvordering. De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en wijst proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.