ECLI:NL:CRVB:2005:AT3352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bijstandsnorm voor echtpaar met één verblijfsvergunning en gezamenlijke huishouding
Appellant, van Joegoslavische nationaliteit, ontving bijstand op basis van de norm voor een alleenstaande, ondanks dat hij een gezamenlijke huishouding voerde met zijn echtgenote, die pas later een verblijfsvergunning kreeg. De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen deze norm ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant op grond van de wet als gehuwd moet worden aangemerkt vanwege de gezamenlijke huishouding en dat de norm voor een alleenstaande ouder van toepassing is, omdat hij de volledige zorg voor de kinderen draagt en zijn echtgenote geen recht op bijstand heeft. Het standpunt van de gemeente dat de norm voor een alleenstaande moet gelden, wordt verworpen omdat dit in strijd is met de wettelijke bepalingen en het koppelingsbeginsel niet van toepassing is op rechtmatig verblijvende vreemdelingen. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar te nemen met toepassing van de juiste bijstandsnorm. Tevens worden de proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: De bijstandsnorm voor appellant moet worden vastgesteld volgens de norm voor een alleenstaande ouder, niet die voor een alleenstaande.