ECLI:NL:CRVB:2005:AT3346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugkomen van intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandigen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om het verzoek tot terugkomen van de intrekking van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandigen (WAZ) af te wijzen. Dit verzoek was gebaseerd op het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een herziening konden rechtvaardigen.
De rechtbank Almelo had het besluit van het Uwv eerder in stand gelaten, omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van degene die een bestuursorgaan verzoekt om terug te komen van een eerder ambtshalve genomen besluit, mag worden verlangd dat hij nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vermeldt.
Omdat appellant dit niet heeft gedaan en de Raad niet langer beoordeelt of het oorspronkelijke besluit evident onjuist is, was het Uwv bevoegd om het verzoek zonder nader onderzoek af te wijzen. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Tevens benadrukt de Raad dat de zorgvuldigheid bij het nemen van een dergelijk besluit beperkt is tot de vraag of nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van de intrekking van de WAZ-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.