ECLI:NL:CRVB:2005:AT2420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premiedifferentiatie WAO en korting kleine werkgever volgens artikel 78 WAO
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle over de vaststelling van de gedifferentieerde premie voor kleine werkgevers in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, had de premie voor 2003 vastgesteld op 2,38%, waarbij de opslag of korting voor kleine werkgevers op nihil werd gesteld. De rechtbank had dit besluit vernietigd wegens strijd met artikel 78 WAO Pro, maar de Centrale Raad van Beroep heeft deze uitspraak vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
De Raad overweegt dat de wet van 29 juni 2004 een verduidelijking is van de bestaande wetgeving zonder materiële wijziging. De nihilstelling van opslag en korting voor kleine werkgevers is toegestaan en strookt met de wetsgeschiedenis en het doel van de regeling. De Raad benadrukt dat artikel 78 WAO Pro geen plicht oplegt tot individuele berekening van het arbeidsongeschiktheidsrisico voor elke werkgever, en dat de regeling ruimte laat voor een nihilstelling voor kleine werkgevers.
Hiermee bevestigt de Raad dat de premiedifferentiatie en de korting voor kleine werkgevers zoals toegepast door appellant rechtmatig zijn, en verklaart het beroep ongegrond zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilstelling van opslag en korting voor kleine werkgevers is rechtmatig.