ECLI:NL:CRVB:2005:AT0972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Geen causaal verband arbeidsongeschiktheid met zwangerschap; werkgever geen belanghebbende volgens art. 2a ZW
De zaak betreft een geschil over de toekenning van een Ziektewet-uitkering aan een werkneemster die arbeidsongeschikt werd verklaard vanaf 22 februari 2001. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), weigerde de uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid niet het gevolg was van zwangerschap. De werkgever, als gemachtigde van de werkneemster, stelde bezwaar en beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van de werkgever ontvankelijk en vernietigde het besluit van het UWV wegens onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende motivering. In hoger beroep stelde het UWV dat de werkgever geen belanghebbende was op grond van artikel 2a van de Ziektewet, dat toen nog van kracht was, en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 2a ZW bepaalt dat de werkgever geen belanghebbende is bij besluiten over de arbeidsongeschiktheid van de werknemer, ook niet bij geschillen over aard en oorzaak van die arbeidsongeschiktheid. Hierdoor was de rechtbank onjuist geweest het beroep van de werkgever ontvankelijk te verklaren. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, waarmee het besluit van het UWV in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege toepassing van artikel 2a Ziektewet.