ECLI:NL:CRVB:2005:AT0354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering en terugvordering wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen sinds 1996 een bijstandsuitkering voor gehuwden. Gedaagde herzag de uitkering met ingang van mei 1998 wegens het feit dat een derde bij appellanten inwoonde, zonder dat dit tijdig was gemeld, waardoor teveel bijstand was verstrekt. De bijstandsnorm werd verlaagd met 10% van het netto minimumloon, conform de gemeentelijke verordening, omdat de algemeen noodzakelijke kosten gedeeld konden worden.
Appellanten stelden dat zij geen kosten deelden met de inwonende derde en dat deze hulpbehoevend was, maar de Raad oordeelde dat dit onvoldoende was onderbouwd en dat de korting terecht werd toegepast. De schending van de inlichtingenplicht was vastgesteld, waardoor gedaagde verplicht was tot herziening en terugvordering van de teveel betaalde bijstand.
De aanvankelijk opgelegde boete werd later ingetrokken, waardoor appellanten geen belang meer hadden bij de beoordeling daarvan en het hoger beroep daarop niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad bevestigde de herziening en terugvordering en wees proceskosten af.
Uitkomst: De herziening van de bijstandsuitkering en de terugvordering van teveel betaalde bijstand worden bevestigd, het hoger beroep tegen de boete wordt niet-ontvankelijk verklaard.