ECLI:NL:CRVB:2005:AT0206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvoldoende motivering vermogen en criminele inkomsten
Appellanten ontvingen bijstand sinds november 1997. Naar aanleiding van vermoedens van criminele activiteiten van appellant startte de Sociale Recherche een onderzoek, wat leidde tot intrekking van de bijstand over de periode 1997-2000 wegens vermeend vermogen boven de grens en inkomsten uit criminele activiteiten.
De Raad onderscheidt drie periodes: 27 november 1997 tot 1 oktober 1999, 1 oktober 1999 tot 25 april 2000, en vanaf 25 april 2000. Voor de eerste periode is onvoldoende vastgesteld dat appellanten vermogen boven de grens hadden; het bezit van één auto was onvoldoende bewijs en er was geen definitieve vaststelling van crimineel voordeel. Voor de tweede periode is vastgesteld dat appellant criminele activiteiten verrichtte, maar onvoldoende bewijs voor vermogen boven de grens of inkomsten boven de bijstandsnorm. Voor de derde periode was appellant gedetineerd en had geen recht op bijstand.
De Raad vernietigt het besluit voor de eerste twee periodes en beveelt een nieuw besluit op bezwaar. De terugvordering wordt eveneens vernietigd vanwege samenhang in het besluit. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen. De Raad veroordeelt de gemeente Zeist tot betaling van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt deels vernietigd en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen; schadevergoeding wordt afgewezen.