ECLI:NL:CRVB:2005:AS8540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd betaalde WW-uitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden
De zaak betreft een geschil over de terugvordering van onverschuldigd betaalde WW-uitkering aan gedaagde, die volgens appellant werkzaamheden verrichtte zonder dit te melden. Appellant, het UWV, stelde dat gedaagde in de uitkeringsperiode van december 1996 tot mei 1997 gemiddeld 20 uur per week werkte voor S&P Advies en Bemiddeling, wat niet was opgegeven.
De rechtbank Arnhem had het beroep van gedaagde gegrond verklaard voor de maand januari 1997, omdat aannemelijk was dat in die maand vanwege strenge vorst niet werd gewerkt en geen consultancy fees waren ontvangen. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat het oordeel van de rechtbank onvoldoende is onderbouwd, omdat vorst niet per definitie werkonderbreking betekent en er aanwijzingen zijn dat gedaagde wel betalingen ontving.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit van appellant in stand kan blijven en vernietigt het vonnis van de rechtbank. Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegekend. Hiermee wordt bevestigd dat gedaagde onterecht WW-uitkering ontving zonder de werkzaamheden te melden.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot terugvordering van WW-uitkering blijft in stand.