ECLI:NL:CRVB:2005:AS8365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen vanaf 23 september 1996 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Bij besluit van 28 januari 2002 trok de gemeente ’s-Gravenhage het recht op bijstand in over de periode van 1 februari 1997 tot en met 30 november 2001 en vorderde de gemaakte kosten van €43.516,98 terug. Dit omdat appellanten zonder melding werkzaamheden verrichtten in een snackbar.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede ongegrond. Appellanten gingen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de intrekking en terugvordering terecht waren, gelet op de werkzaamheden die appellanten verrichtten zonder dit te melden, wat in strijd is met de inlichtingenplicht van artikel 65 Abw Pro.
De Raad baseerde zich onder meer op verklaringen van appellanten en hun zoon aan de politie en observaties waaruit bleek dat zij dagelijks werkzaamheden verrichtten zoals openen, koffie zetten, snacks bereiden, administratie bijhouden en betalingen doen. Het ontbreken van inkomsten uit deze werkzaamheden doet hieraan niet af. Er waren geen dringende redenen om af te zien van intrekking en terugvordering. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van kosten worden bevestigd wegens niet-melding van werkzaamheden.