ECLI:NL:CRVB:2005:AS8267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid weigering WW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsweken
Appellant heeft in de 39 weken direct voorafgaand aan zijn eerste werkloosheidsdag op 27 augustus 2001 niet in ten minste 26 weken arbeid verricht, waardoor hij volgens de Werkloosheidswet niet in aanmerking komt voor een WW-uitkering.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat appellant in 24 weken arbeid had verricht en dat de weken waarin appellant arbeids- en vakantieuren uitbetaald kreeg na 24 augustus 2001 niet als gewerkte weken konden worden meegeteld, omdat zijn dienstverband met Manpower uitzendbureau toen was geëindigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het dienstverband pas na de vakantieperiode zou eindigen en dat de vakantieperiode gelijkgesteld moest worden met gewerkte weken. De Raad vond echter geen bewijs voor deze afspraak en wees het beroep af.
De Raad bevestigde dat de referteperiode loopt van 27 november 2000 tot en met 26 augustus 2001 en dat appellant daarin slechts 24 weken arbeid had verricht. De Regeling gelijkstelling niet gewerkte weken met gewerkte weken is niet van toepassing buiten deze referteperiode.
Daarom is het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank terecht en wordt het hoger beroep van appellant verworpen.
Uitkomst: Appellant komt niet in aanmerking voor een WW-uitkering omdat hij onvoldoende arbeidsweken heeft verricht in de referteperiode.