ECLI:NL:CRVB:2005:AS8215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving vanaf 1994 een bijstandsuitkering die in 1996 werd omgezet naar de Algemene bijstandwet (Abw). Naar aanleiding van informatie van de politie werd een onderzoek ingesteld waarbij werd vastgesteld dat appellante inkomsten uit arbeid en financiële bijdragen van haar ouders had verzwegen. Dit leidde tot herziening en terugvordering van de uitkering over meerdere perioden.
De Raad oordeelt dat onvoldoende is aangetoond dat appellante in 1997 als zelfstandige voldeed aan het urencriterium, waardoor herziening op die grond niet kan worden gehandhaafd. Wel is vastgesteld dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden door inkomsten te verzwijgen. Voor de perioden waarin zij financiële bijdragen van haar ouders ontving, is onvoldoende feitelijke grondslag voor het vastgestelde bedrag van 300 gulden per maand, waardoor ook dit besluit niet deugdelijk is gemotiveerd.
Desondanks laat de Raad de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand vanwege de schending van de inlichtingenplicht en het feit dat terugvordering gerechtvaardigd is. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het griffierecht wordt aan appellante vergoed.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit tot herziening en terugvordering, laat de rechtsgevolgen in stand en bepaalt vergoeding van het griffierecht.