ECLI:NL:CRVB:2005:AS7987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellant ontving een bijstandsuitkering die werd ingetrokken nadat het College van burgemeester en wethouders van Leidschendam had vastgesteld dat appellant samenwoonde met [B.] zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenplicht opleverde.
Na bezwaar verklaarde het College het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep constateerde dat het besluit tot bezwaar onrechtmatig was genomen door een onbevoegde instantie vanwege gemeentelijke herindeling. Daarom werd het besluit vernietigd.
De Raad stelde vast dat appellant en [B.] een gezamenlijke huishouding voerden, mede door de geboorte en erkenning van twee kinderen en diverse verklaringen van buurtbewoners en wijkagenten. Hierdoor was appellant niet zelfstandig bijstandgerechtigd.
De Raad oordeelde dat de intrekking van de bijstand terecht was en dat het verzoek om bijzondere bijstand terecht was afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht. De Raad veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 11 maart 2002 wordt vernietigd, maar de intrekking van de bijstand blijft in stand.