ECLI:NL:CRVB:2005:AS5654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking en terugvordering WW-, TW- en ZW-uitkeringen wegens arbeidsurenverlies
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en later als uitbener met een arbeidsurenverlies waarop WW-, TW- en ZW-uitkeringen werden gebaseerd. Gedaagde (UWV) stelde na onderzoek dat appellant vanaf 1 januari 1996 minimaal 32 uur per week werkte, waardoor hij niet langer recht had op deze uitkeringen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat hij minder uren werkte dan door UWV aangenomen. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij minder dan 32 uur werkte en dat hij zijn mededelingsplicht had geschonden. Voor de periode 1999-2000 ontbrak echter een deugdelijke feitelijke grondslag voor het besluit, zodat deze besluiten vernietigd werden en nieuwe besluiten moesten worden genomen.
De Raad bevestigde dat appellant vanaf 1 januari 1996 niet langer verzekerd was voor de Ziektewet en dat de terugvordering van de ZW-uitkering over bepaalde perioden terecht was. De Raad veroordeelde UWV in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant werd vergoed.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten over 1999-2000 en bevestigt de overige, met veroordeling van UWV in proceskosten.