ECLI:NL:CRVB:2005:AS5186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijzondere bijstand wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellant heeft meerdere aanvragen om bijzondere bijstand ingediend voor diverse kosten, waaronder deurwaarderskosten en cursusgeld. Het College van burgemeester en wethouders van Winterswijk wees deze aanvragen af, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank en vervolgens hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat het besluit van 13 november 2002, dat een blijvende gehele weigering van bijzondere bijstand inhoudt op grond van artikel 14 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw), niet deugt omdat deze bepaling sinds 1 juli 1997 niet meer voorziet in blijvende weigering wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. Bovendien kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld omdat appellant beschikte over middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
De Raad vernietigt daarom het besluit van 13 november 2002 en verklaart het beroep gegrond, terwijl de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Voor de overige aanvragen, waaronder die op grond van artikel 15 en Pro artikel 39 Abw Pro, bevestigt de Raad de afwijzende besluiten van de rechtbank. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente Winterswijk tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende gehele weigering van bijzondere bijstand wordt vernietigd, overige besluiten worden bevestigd.