ECLI:NL:CRVB:2005:AS4477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen arbeidsinkomsten
Appellante ontving vanaf 1991 een bijstandsuitkering en vanaf 1996 op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) voor alleenstaande ouders. Uit gegevens van de Belastingdienst en werkgevers bleek dat zij inkomsten uit arbeid en een Ziektewet-uitkering had ontvangen die zij niet had vermeld op de inkomstenformulieren. Hierdoor werd het recht op uitkering over de periode van juni 1996 tot januari 1998 herzien en werd een bedrag van f 17.187,47 teruggevorderd.
Appellante voerde aan dat zij de inkomsten mondeling had doorgegeven, dat gedaagde onjuiste loongegevens hanteerde, dat een deel van de inkomsten was verrekend en dat zij recht had op premies en vrijlatingen op grond van gemeentelijke verordeningen. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs leverde voor haar mondelinge mededeling en dat zij de inlichtingenplicht op de formulieren had geschonden. De gegevens van de Belastingdienst en werkgevers waren betrouwbaar en er was geen bewijs dat reeds verrekenbare inkomsten waren meegenomen.
Verder wees de Raad de grieven af die betrekking hadden op de toepassing van de Verordening uitstroom ABW en de Verordening vrijlating, omdat appellante niet tot de daarvoor in aanmerking komende categorieën behoorde en vanwege de schending van de inlichtingenplicht. Er waren geen dringende redenen om af te zien van herziening of terugvordering. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van het recht op bijstandsuitkering en de terugvordering van te veel betaalde bijstand worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht.