ECLI:NL:CRVB:2005:AS4022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging bijstand wegens niet-levensvatbaar bedrijf zelfstandige
Appellant ontving gedurende 18 maanden bijstand op grond van artikel 8, tweede lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Na een aanvraag tot verlenging van de bijstand in augustus 2000, vroeg de gemeente Haarlem advies aan Elders Consultancy. Hoewel Elders positief adviseerde, wees de gemeente de aanvraag af omdat het bedrijf niet levensvatbaar zou zijn.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit wegens onvoldoende motivering van de afwijking van het advies. Na hernieuwde beslissing bleef de afwijzing in stand. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de gemeente niet correct uitvoering had gegeven aan de uitspraak van de rechtbank en dat zijn bedrijf wel degelijk levensvatbaar was.
De Raad overwoog dat levensvatbaarheid wordt beoordeeld op basis van objectieve criteria, waarbij het inkomen en de aflossingsverplichtingen centraal staan. De omzet van het bedrijf bleef ver achter bij de taakstellende omzet van f 71.400,-- en vertoonde een neergaande trend. De individuele behoeften van appellant zijn niet relevant voor de beoordeling. De Raad concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar was en bevestigde het besluit tot afwijzing van de bijstandsverlenging.
Uitkomst: De afwijzing van de verlenging van bijstand wordt bevestigd omdat het bedrijf van appellant niet levensvatbaar is.