ECLI:NL:CRVB:2005:AS3618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat voortzetting dienstverband niet kan worden gevergd; geen verwijtbare werkloosheid
De zaak betreft een geschil over de weigering van een WW-uitkering aan gedaagde, omdat appellant meende dat gedaagde verwijtbaar werkloos was geworden door zelf ontbinding van de arbeidsovereenkomst te vragen zonder dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd.
De rechtbank had het beroep van gedaagde gegrond verklaard en het besluit van appellant vernietigd. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt dat voortzetting van het dienstverband niet van gedaagde kon worden gevergd. Dit oordeel is gebaseerd op medische adviezen van huisarts, bedrijfsarts, bedrijfsmaatschappelijk werker en bezwaarverzekeringsarts, en de verstoring van de arbeidsverhouding.
De Raad oordeelt dat gedaagde zijn besluit om ontslag te nemen zorgvuldig heeft genomen en dat er geen sprake is van verwijtbare werkloosheid. Het hoger beroep van appellant wordt daarom afgewezen. Tevens wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde en wordt een recht geheven van € 409,-- ten laste van appellant.
Uitkomst: Hoger beroep van appellant wordt afgewezen; voortzetting dienstverband kon niet worden gevergd en geen verwijtbare werkloosheid.