ECLI:NL:CRVB:2005:AS3452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens onjuist opgegeven woonadres en terugvordering kosten
Appellant ontving vanaf 1991 een bijstandsuitkering, maar de gemeente Ooststellingwerf concludeerde na een onderzoek dat hij gedurende de periode van 1 november 1994 tot en met 31 augustus 1999 niet woonde op het opgegeven adres. Uit verklaringen en rapporten bleek dat appellant doordeweeks elders verbleef en slechts sporadisch in de opgegeven woning kwam.
De gemeente trok de uitkering in en vorderde de gemaakte kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad vernietigt dit oordeel gedeeltelijk omdat de wettelijke grondslag voor intrekking voor de periode vóór 1 juli 1997 onjuist was toegepast.
De Raad handhaaft echter de terugvordering en de intrekking vanaf 1 september 1999. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten en dient het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Besluit tot intrekking van bijstandsuitkering gedeeltelijk vernietigd, terugvordering en intrekking vanaf 1 september 1999 gehandhaafd.