ECLI:NL:CRVB:2005:AS3431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schriftelijkheidseis PC-privé-regeling in loonbegrip volgens Coördinatiewet Sociale Verzekering
In deze zaak stond centraal of de verlaging van het bruto-loon in het kader van een PC-privé-regeling schriftelijk moest zijn vastgelegd om als loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) te worden aangemerkt. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), stelde dat deze schriftelijkheidseis voortvloeit uit het Besluit PC Privé en dat de afspraken duidelijk en verifieerbaar moesten zijn om gevolgen voor sociale verzekeringspremies te waarborgen.
Gedaagde, een maatschap, voerde aan dat mondelinge afspraken voldoende waren en dat schriftelijke vastlegging niet wettelijk was voorgeschreven. De rechtbank Breda oordeelde dat het Besluit onvoldoende duidelijkheid bood over de eis van schriftelijkheid en dat materieel gezien aan de voorschriften was voldaan. De correctienota’s van appellant werden daarom ten onrechte opgelegd.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en benadrukte dat de tekst van het Besluit PC Privé niet eist dat verlaging van het contractloon schriftelijk wordt vastgelegd. De Raad vond dat een dergelijke zware eis expliciet in het Besluit had moeten worden opgenomen. Omdat dat niet het geval is, mag dit niet ten nadele van de gedaagde worden uitgelegd.
De uitspraak bevestigt dat mondelinge afspraken over de PC-privé-regeling voldoende kunnen zijn, mits deze materieel aan de geldende voorschriften voldoen. Het beroep van appellant op een besluit van de Staatssecretaris van Financiën en eerdere jurisprudentie leidde niet tot een ander oordeel. De Raad legde een griffierecht op aan appellant.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat mondelinge afspraken over verlaging van het bruto-loon in PC-privé-regelingen voldoende zijn en dat correctienota’s ten onrechte zijn opgelegd.