ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Verlaging brutoloon in ruil voor onbelaste reiskostenvergoeding is rechtsgeldig
In deze zaak staat centraal of de door werkgevers en werknemers overeengekomen verlaging van het brutoloon in ruil voor een onbelaste en premievrije reiskostenvergoeding als daadwerkelijke loonverlaging kan worden beschouwd. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) had correctienota's opgelegd omdat het van mening was dat het brutoloon niet werkelijk was verlaagd, mede omdat voor de berekening van vakantiegeld en loonsverhogingen het oude brutoloon werd gehanteerd.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat werknemers daadwerkelijk hebben gekozen voor een verlaging van hun brutoloon in ruil voor een onbelaste reiskostenvergoeding, zoals blijkt uit ondertekende verklaringen en instemming van de ondernemingsraad. Hoewel administratieve fouten zijn gemaakt bij de loonberekeningen en ziekmeldingen, doet dit niet af aan het feit dat de afspraken tussen werkgevers en werknemers zijn nagekomen.
De Raad vernietigt daarom het besluit van het Lisv en het vonnis van de rechtbank Haarlem, bevestigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam en veroordeelt het Lisv tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante 1 en de gedaagden. Hiermee wordt de rechtsgeldigheid van de loonregeling bevestigd ondanks de administratieve onvolkomenheden.
Uitkomst: De loonverlaging in ruil voor een onbelaste reiskostenvergoeding wordt als rechtsgeldig beschouwd en het besluit van het Lisv wordt vernietigd.