ECLI:NL:CRVB:2005:AS3337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaald gelaten sociale premies wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Appellant was bestuurder van een besloten vennootschap (B.V.) die tussen 1993 en 1997 premies voor sociale werknemersverzekeringen onbetaald liet. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde appellant hoofdelijk aansprakelijk op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb. Het hoger beroep richtte zich tegen deze toepassing. De Centrale Raad van Beroep verwijst naar een gelijktijdige uitspraak waarin is vastgesteld dat de B.V. op grote schaal lonen niet in de administratie verantwoordde, wat kennelijk onbehoorlijk bestuur betekent.
De Raad oordeelt dat appellant als bestuurder aansprakelijk is, omdat geen omstandigheden zijn gebleken die dit anders maken. Argumenten over afspraken met de Belastingdienst en de gehanteerde schattingsmethodiek worden verworpen. De Raad bevestigt het bestreden besluit en ziet geen reden tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant voor onbetaald gelaten premies wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.