ECLI:NL:CRVB:2005:AS3264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na verstoring werkverhoudingen
Appellante, werkzaam als front desk agent sinds 1998, werd op 12 september 2001 op non-actief gesteld vanwege provocerende uitlatingen over de terreuraanslagen in New York. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden wegens veranderde omstandigheden, waarbij de verstoring werd toegerekend aan zowel werkgever als werknemer.
Na aanvraag van een WW-uitkering op 9 mei 2002 weigerde het UWV deze uitkering blijvend en geheel omdat appellante verwijtbaar werkloos is geworden. Dit oordeel was gebaseerd op verklaringen van collegae en leidinggevende, die haar gedrag als stuitend en werkverstorend ervaarden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde dat zij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat haar gedrag tot ontslag zou leiden. Appellante voerde in hoger beroep onder meer aan dat de ontbindingsbeschikking anders was uitgelegd en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden, maar de Raad verwierp deze gronden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verwijtbare gedrag van appellante voldoende is vastgesteld en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die tot verminderde verwijtbaarheid leiden. Het beroep wordt verworpen en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende volledige weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.