ECLI:NL:CRVB:2004:AS2499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling gedifferentieerde WAO-premie ondanks beroep op evenredigheidsbeginsel
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin de vaststelling van de gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) werd bevestigd. De premie was vastgesteld mede vanwege een aan een (ex-)werknemer betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkering.
De rechtbank had geoordeeld dat de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid niet relevant is voor de premieberekening en dat het imperatieve karakter van de regeling een beroep op het evenredigheidsbeginsel uitsluit. Appellante voerde aan dat zij zich onevenredig zwaar getroffen voelde door de premie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat gedaagde de wettelijke bepalingen correct heeft toegepast en dat er geen beleidsvrijheid is bij de uitvoering van deze voorschriften. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het verbod van willekeur faalt omdat de situatie van appellante niet uitzonderlijk is en strookt met het doel van de premiedifferentiatieregeling.
De Raad ziet geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie wordt bevestigd.