ECLI:NL:CRVB:2004:AR8718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek overneming achterstallige loonbetalingen wegens betalingsonmacht werkgever
Appellanten, voormalige werknemers van een failliete B.V., verzochten het UWV om overneming van achterstallige loonbetalingen op grond van de Werkloosheidswet (WW). Zij stelden dat de werkgever al in april en mei 1999 in een toestand van blijvende betalingsonmacht verkeerde. Ter onderbouwing werden financiële documenten overgelegd.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees het verzoek af omdat de dienstbetrekkingen waren beëindigd voordat de werkgever in een toestand van blijvende betalingsonmacht verkeerde. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat de financiële stukken onvoldoende inzicht boden in de vermogenspositie van de werkgever in de relevante periode en dat het niet betalen van loon niet automatisch wijst op betalingsonmacht.
De Raad benadrukte dat appellanten onvoldoende aannemelijk maakten dat er sprake was van betalingsonmacht in april en mei 1999. Ook het feit dat een voorschot op salaris werd ontvangen, sprak tegen een blijvende betalingsonmacht. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek tot overneming af.
Uitkomst: Het verzoek tot overneming van achterstallige loonbetalingen wordt afgewezen omdat de werkgever niet in een toestand van blijvende betalingsonmacht verkeerde tijdens de dienstbetrekkingen.