ECLI:NL:CRVB:2004:AR8158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en blijvende weigering WW-uitkering wegens verzwegen inkomsten
Appellant, een chauffeur, ontving vanaf 1994 een WW-uitkering na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst bij Van Hattum Transport. Tijdens de uitkeringsperiode bleek uit een opsporingsonderzoek dat appellant inkomsten had genoten uit arbeid die hij niet had opgegeven, waaronder salarisbetalingen en kasvoorschotten. Appellant ontkende de fraude en stelde dat de administratie van de werkgever onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet had voldaan aan zijn inlichtingenplicht en dat de gegevens van de werkgever en de Belastingdienst voldoende bewijs vormden dat appellant onjuiste gegevens had verstrekt. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst de stellingen van appellant af wegens gebrek aan onderbouwing.
Gedaagde, het UWV, had de WW-uitkering ingetrokken en de terugvordering van onverschuldigde betalingen opgelegd, gevolgd door een blijvende gehele weigering van de uitkering wegens ernstige fraude. De Raad concludeert dat de besluiten zorgvuldig zijn genomen en bevestigt de aangevallen uitspraken, waarmee de intrekking en blijvende weigering van de WW-uitkering rechtsgeldig zijn.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens verzwegen inkomsten uit arbeid.