ECLI:NL:CRVB:2004:AR7917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WAO- en WW-uitkering wegens onjuist opgegeven arbeid
Betrokkene ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO) en later werkloosheidsuitkeringen (WW). Het UWV stelde vast dat betrokkene vanaf 1995 arbeid verrichtte en inkomsten genoot die niet waren opgegeven, mede gebaseerd op weeklijsten en een rode multomap die zwartwerk bij het bouwbedrijf aantoonden.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond voor een deel van de terugvordering, omdat over die periode onvoldoende bewijs was. Het UWV en betrokkene stelden hoger beroep in tegen delen van de uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de weeklijsten en verklaringen van werknemers en een boekhouder voldoende betrouwbaar zijn om vast te stellen dat betrokkene zwartwerk verrichtte en onterecht uitkeringen ontving. De Raad verwierp het verweer dat de uren fictief waren en bevestigde dat het besluit tot herziening en terugvordering op een deugdelijke grondslag berust.
Het hoger beroep van betrokkene werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarmee de terugvordering van de WAO- en WW-uitkeringen stand houdt. De Raad wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de WAO- en WW-uitkeringen worden bevestigd wegens het verrichten van niet opgegeven arbeid.