ECLI:NL:CRVB:2004:AR7815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand voor kosten woninginrichting bij verhuizing zonder bijzondere omstandigheden
Appellant, met een arbeidsongeschiktheidsuitkering, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van woninginrichting na een verhuizing. De gemeente wees dit af omdat de verhuizing niet noodzakelijk was en er geen bijzondere omstandigheden waren die bijstandsverlening rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de kosten van verhuizing en woninginrichting incidentele noodzakelijke kosten zijn die uit het inkomen moeten worden betaald, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Appellant stelde dat een medisch onderzoek had moeten plaatsvinden om de noodzaak van de verhuizing te beoordelen.
De Raad stelde dat een medisch onderzoek niet verplicht is bij een verzoek om bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten. Ook het argument dat appellant vanwege schulden niet kon reserveren, werd niet als bijzondere omstandigheid erkend. Het inkomen van appellant was bovendien hoger dan de bijstandsnorm, waardoor gespreide betaling mogelijk was.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen grond voor vergoeding van de door appellant gestelde schade door de handelswijze van de gemeente.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichtingskosten wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.