ECLI:NL:CRVB:2004:AR7520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging verplichtingen op grond van artikel 113 Abw ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant, die bijstand ontvangt sinds maart 1990, kreeg bij besluit van 23 maart 2001 verplichtingen opgelegd op grond van artikel 113, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw). Dit besluit was gebaseerd op een medisch advies van de GGD van 12 februari 2001, waarin appellant gedeeltelijk geschikt werd geacht voor arbeid met beperkingen in tillen, dragen, duwen, trekken en lopen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn schouderklachten ernstiger waren dan vastgesteld. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan een zorgvuldig onderzoek moet instellen en dat het gebruik van deskundigen, zoals de GGD, toegestaan is mits het advies deugdelijk is. De Raad vond geen aanwijzingen dat het GGD-advies onzorgvuldig of onjuist was, mede omdat er informatie was ingewonnen bij de huisarts en appellant zelf de GGD-arts had bezocht.
Verder bleek uit een brief van de orthopedisch chirurg dat appellant in staat zou zijn tot licht, schoudersparend werk. Appellant had geen aanvullende medische gegevens overgelegd ter onderbouwing van zijn stellingen. De Raad zag daarom geen reden om een eigen deskundige in te schakelen en concludeerde dat het hoger beroep ongegrond was. De uitspraak van de rechtbank Haarlem werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de oplegging van verplichtingen aan appellant op grond van artikel 113 Abw en verklaart het hoger beroep ongegrond.