ECLI:NL:CRVB:2004:AR7363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens ondeugdelijke medische en arbeidskundige grondslag
Appellante ontving een WAO-uitkering die op 10 juli 2000 werd ingetrokken door het UWV vanwege het oordeel dat zij ondanks beperkingen geschikt was voor andere loondienstfuncties. Door een administratieve fout werd het besluit aanvankelijk ingetrokken en de uitkering hervat. Later verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond en bevestigde de intrekking.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit berust op een ondeugdelijke medische en arbeidskundige grondslag omdat de beoordeling uitsluitend op 10 juli 2000 was gebaseerd, terwijl de feitelijke uitkeringen doorliepen tot 31 januari 2002. De Raad stelt dat de beoordeling van de beperkingen en arbeidsmogelijkheden moet plaatsvinden per 1 februari 2002.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit en vergoeding van proceskosten.